De AEX en veel andere fondsen noteren eind 2026 op recordniveaus, maar hoe houdbaar is die opmars? We zetten de drijvende krachten achter de rally op een rij en bespreken welke scenario's beleggers voor de komende zes tot twaalf maanden serieus moeten nemen. Met aandachtspunten rond rente, waarderingen en risicospreiding.
AEX blijft stijgen: wat verwachten we van de koersen in de komende 6 tot 12 maanden?
Gepubliceerd op 28 augustus 2026 — Koersarchief Beleggersgids
De Amsterdamse hoofdindex heeft er een opmerkelijke reeks kwartalen op zitten. Wie de grafiek van de afgelopen jaren uitzoomt, ziet een lijn die met horten en stoten maar hardnekkig omhoog kruipt, met tussentijdse correcties die achteraf nauwelijks meer opvallen. Voor beleggers die in de nasleep van de renteschok van 2022 hun aandelenweging hebben verlaagd, voelt dat ongemakkelijk. Voor wie belegd bleef, roept het een andere vraag op: hoeveel van de goede jaren zit inmiddels in de koersen verwerkt?
Dit artikel probeert die vraag niet te beantwoorden met een puntvoorspelling — die is namelijk waardeloos — maar door de mechaniek eronder bloot te leggen. Welke krachten hebben de rally gedragen? Welke daarvan zijn structureel en welke zijn tijdelijk of zelfs omkeerbaar? En welke scenario's voor de komende zes tot twaalf maanden verdienen serieus nadenken, ook als ze niet het meest waarschijnlijk zijn?
Waarom de AEX geen doorsnee Europese index is
Voordat we vooruitkijken, is het essentieel te begrijpen wát je eigenlijk koopt als je de AEX koopt. Nederlandse beleggers hebben de neiging de index te zien als een thermometer van de Nederlandse economie. Dat is hij niet, en dat verklaart een groot deel van het koersgedrag van de afgelopen jaren.
De AEX bestaat uit een beperkt aantal fondsen — grofweg vijfentwintig — en die zijn allesbehalve gelijkmatig verdeeld over sectoren. Een klein aantal zwaargewichten domineert de weging. Denk aan de halfgeleiderketen, een aantal grote financials, energie en consumentengoederen. Het gevolg is dat de index veel meer een weddenschap is op enkele wereldwijde thema's dan op de Nederlandse binnenlandse vraag. Als de wereldwijde investeringscyclus in chipapparatuur draait, beweegt de AEX mee — vrijwel ongeacht wat de Nederlandse detailhandel doet.
Die concentratie werkt twee kanten op. In een periode waarin technologie en AI-gerelateerde investeringen de wereldwijde beurzen trekken, presteert Amsterdam relatief sterk ten opzichte van bijvoorbeeld een breder gespreide Europese index. Maar in een periode waarin diezelfde thema's afkoelen, valt de AEX harder terug dan zijn Europese neven. Beleggers die de index als "veilige thuismarkt" beschouwen, hebben in de praktijk een geconcentreerde positie in een cyclische wereldsector.
Een tweede eigenaardigheid: de gepubliceerde AEX-koers is doorgaans een prijsindex, zonder herbelegde dividenden. De total-returnvariant ligt structureel hoger. Wie de "recordstand" van vandaag vergelijkt met een piek van jaren geleden, vergelijkt dus appels met appels alleen als hij consequent dezelfde variant gebruikt. Dat klinkt als een detail, maar het beïnvloedt hoe overspannen een markt eruitziet: op prijsbasis lijkt een top spectaculairder dan hij in termen van totaalrendement is.
De motoren onder de rally: vier krachten uit elkaar getrokken
1. Winstgroei, niet alleen sentiment
De meest geruststellende verklaring voor een stijgende beurs is stijgende bedrijfswinsten. Als koersen en winsten in hetzelfde tempo groeien, blijft de waardering gelijk en is er strikt genomen niets "duurder" geworden. Een deel van de opmars van de afgelopen periode valt zo te verklaren: bedrijven wisten hun marges beter vast te houden dan veel analisten na de inflatiegolf verwachtten, mede door prijszettingsmacht en kostenbeheersing.
Maar de winstgroei is ongelijk verdeeld. Wanneer een handvol grote namen het leeuwendeel van de winststijging levert, oogt de index gezond terwijl de mediane onderneming stagneert. Dat is precies het patroon dat je in geconcentreerde indices vaak ziet. Een praktische controle: vergelijk de prestatie van de standaard, naar marktkapitalisatie gewogen index met een gelijkgewogen variant. Loopt het verschil op, dan draagt een smalle groep de rally — en is de index kwetsbaarder dan de koers suggereert.
2. De rente-omslag en de discontovoet
De tweede kracht is monetair. Aandelenkoersen zijn in essentie de contante waarde van toekomstige kasstromen. Verlaag je de rente waarmee je die kasstromen verdisconteert, dan stijgt de berekende waarde — zelfs als de kasstromen zelf niet veranderen. Na de piek in de beleidsrentes hebben centrale banken de teugels geleidelijk laten vieren, en die verwachting is grotendeels ingeprijsd.
Hier zit een subtiliteit die veel particuliere beleggers over het hoofd zien: het is niet het niveau van de rente dat koersen beweegt, maar de verandering ten opzichte van wat de markt al verwachtte. Als de markt al drie renteverlagingen heeft ingeprijsd en de centrale bank levert er drie, gebeurt er koersmatig weinig. Levert ze er twee, dan kan de beurs dalen ondanks dat de rente daalt. Het gevaar in de komende twaalf maanden is dus niet zozeer een renteverhoging, maar teleurstelling ten opzichte van een royaal versoepelingsscenario dat al in de koersen zit.
Bijkomend punt: de langetermijnrente wordt niet alleen door beleidsrente bepaald, maar ook door de hoeveelheid staatsschuld die de markt moet absorberen. Aanhoudend hoge overheidstekorten in verschillende grote economieën kunnen de lange rente hoger houden dan het beleidspad suggereert. Voor aandelen met een lange duration — bedrijven waarvan de winst vooral ver in de toekomst ligt — is dat een rem die los staat van de centrale bank.
3. Kapitaalstromen en het passieve effect
Een minder besproken motor is structureel: de gestage instroom van geld in indexfondsen en ETF's. Elke maandelijkse inleg van een pensioenspaarder of beleggingsrekeninghouder wordt mechanisch verdeeld over de indexcomponenten naar rato van hun weging. Dat betekent dat de grootste aandelen automatisch de meeste vraag krijgen, ongeacht hun waardering.
Dit is geen samenzwering en ook geen zeepbel op zichzelf, maar het heeft een reëel effect: het versterkt bestaande trends. Zolang er netto geld binnenkomt, ondersteunt die stroom de koersen van de zwaargewichten. Draait de stroom om — bijvoorbeeld doordat een grote groep beleggers tegelijk risico afbouwt — dan werkt hetzelfde mechanisme in omgekeerde richting, en opnieuw het hardst bij de grootste namen. Wie meent gespreid te beleggen via een index, moet zich realiseren dat die spreiding in stressperiodes minder werkt dan gehoopt, omdat correlaties tussen de grootste posities dan toenemen.
4. Aandeleninkoop en het aanbod van stukken
Tot slot: het aanbod. Veel beursgenoteerde ondernemingen kopen structureel eigen aandelen in. Daarmee daalt het aantal uitstaande stukken, stijgt de winst per aandeel bij gelijkblijvende totale winst, en ontstaat er permanente koopdruk in de markt. In Amsterdam is dit bij verschillende grote fondsen al jaren gangbaar beleid.
Inkoopprogramma's zijn echter conjunctuurgevoelig. Ze worden gefinancierd uit vrije kasstroom of schuld, en zodra de winstgevendheid tegenvalt of financiering duurder wordt, zijn ze het eerste wat sneuvelt. Een rally die deels op inkoop steunt, verliest die steun precies op het moment dat hij hem het hardst nodig heeft.
Waarderingen: duur is geen timinginstrument
De onvermijdelijke vraag: zijn Nederlandse aandelen te duur? Het eerlijke antwoord is dat waardering weinig zegt over de komende twaalf maanden en veel over de komende tien jaar.
Historisch geldt als vuistregel dat een hoge koers-winstverhouding samenhangt met een lager rendement over een langere horizon, maar dat het verband op kortere termijn vrijwel afwezig is. Dure markten kunnen jarenlang duurder worden. Wie in 2016 uitstapte omdat de waardering "hoog" was, heeft daar duur voor betaald. Waardering is dus geen verkoopsignaal, maar wel een verwachtingsmanager: koop je op een verhoogde waardering, dan is de kans groot dat je toekomstige jaarrendement lager uitvalt dan het langjarige gemiddelde waar je op rekende.
Bij het beoordelen van waarderingen zijn een paar nuances belangrijk. Ten eerste: vergelijk sectorgewogen. Een index met veel technologie en weinig nutsbedrijven hoort een hogere k/w te hebben; dat is geen overwaardering maar samenstelling. Ten tweede: kijk naar de winstverwachtingen waarop de verhouding gebaseerd is. Een index kan "redelijk gewaardeerd" ogen op basis van verwachte winsten die zelf optimistisch zijn. Ten derde: zet het aandelenrendement af tegen de risicovrije rente. Als spaargeld en staatsobligaties weer een fatsoenlijke vergoeding geven, is de relatieve aantrekkelijkheid van aandelen kleiner dan in de nulrenteperiode — ook bij een identieke k/w.
Drie scenario's voor de komende zes tot twaalf maanden
Voorspellen is zinloos; scenario's doordenken niet. Het punt van scenario's is niet raden welke uitkomt, maar vooraf weten hoe je portefeuille zich in elk ervan gedraagt.
Scenario A: geleidelijke voortzetting
De inflatie blijft in de buurt van de doelstelling, centrale banken versoepelen in het tempo dat de markt verwacht, en de bedrijfswinsten groeien bescheiden door. In dit scenario stijgt de index verder, maar in een lager tempo dan de afgelopen jaren, met tussentijdse correcties van enkele procenten die snel worden opgekocht. De verbreding van de rally naar kleinere en middelgrote fondsen zet door, omdat lagere financieringskosten juist hen relatief het meest helpen.
Wat je hier moet doen: weinig. Vasthouden aan het plan, periodiek herbalanceren, en niet in de verleiding komen om de weging in de best presterende namen te laten oplopen.
Scenario B: winstteleurstelling zonder recessie
De economie blijft overeind, maar de winstverwachtingen blijken te optimistisch — bijvoorbeeld doordat investeringen in kapitaalintensieve technologie later renderen dan gehoopt, of doordat margeruimte verdampt als prijszettingsmacht afneemt. De rente daalt niet snel genoeg om dat te compenseren.
Dit is het scenario waarin een geconcentreerde index het meeste last heeft. Een correctie van tien tot twintig procent in de zwaargewichten vertaalt zich direct in een forse indexdaling, terwijl breder gespreide of meer defensief samengestelde portefeuilles minder inleveren. Waardeaandelen, dividendbetalers en niet-cyclische sectoren doen het in zo'n fase doorgaans relatief beter — niet omdat ze stijgen, maar omdat ze minder dalen.
Scenario C: een externe schok
Geopolitieke escalatie, een handelsconflict dat exportketens raakt, een energieschok of een onverwachte stress in het financiële systeem. Kenmerk van dit scenario is dat het per definitie niet is in te prijzen en dat correlaties tussen beleggingscategorieën tijdelijk richting één gaan: bijna alles daalt tegelijk.
De enige verdediging vooraf is structureel: een buffer in liquide middelen, een looptijd van je beleggingshorizon die niet botst met je uitgavenplanning, en geen hefboom. Wie na een schok gedwongen moet verkopen, zet een tijdelijk koersverlies om in een permanent vermogensverlies. Dat is het verschil tussen volatiliteit en werkelijk risico.
Wat een belegger hier praktisch mee kan
Ken je feitelijke concentratie. Tel op hoeveel procent van je portefeuille in de vijf grootste posities zit, en of die posities via verschillende fondsen naar dezelfde onderliggende bedrijven leiden. Een wereldwijde ETF, een Amsterdamse index en een technologiefonds kunnen samen een verrassend eenzijdige weddenschap vormen.
Herbalanceer op regels, niet op gevoel. Spreek vooraf af dat je een categorie terugbrengt zodra hij een bepaalde bandbreedte overschrijdt. Dat dwingt tot verkopen na stijging en kopen na daling — precies het gedrag dat de meeste beleggers uit zichzelf niet vertonen.
Zet gespreid in de tijd in. Bij twijfel over het instapmoment is periodiek inleggen geen optimale, maar wel een robuuste strategie. Je koopt gemiddeld, en belangrijker: je vermindert de kans op de beslissingsfout waarbij je na een slechte start alsnog volledig uitstapt.
Kijk verder dan de indexstand. Volg de verhouding tussen de gewogen en gelijkgewogen index, de ontwikkeling van winstverwachtingen en de reële rente. Die drie samen vertellen meer over de gezondheid van een rally dan de koers zelf.
Scheid je horizon van je nieuwsconsumptie. Wie voor twintig jaar belegt en dagelijks de stand controleert, laat kortetermijnruis beslissingen sturen die op lange termijn genomen zouden moeten worden.
Tot slot
De opmars van de AEX rust op een combinatie van echte winstgroei, een gunstiger rentebeeld, gestage kapitaalinstroom en krimpend aandelenaanbod. Geen van die vier krachten is een illusie, maar geen ervan is ook onvoorwaardelijk permanent. Het meest waarschijnlijke pad voor de komende zes tot twaalf maanden is een voortzetting in een lager tempo, met meer spreiding tussen winnaars en verliezers dan de indexstand doet vermoeden.
De belangrijkste conclusie is echter niet richtinggevend maar structureel: de vraag is niet of de markt stijgt of daalt, maar of jouw portefeuille beide uitkomsten kan doorstaan zonder dat je gedwongen wordt te handelen op het slechtst denkbare moment. Beleggen brengt risico's met zich mee; rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Dit artikel is bedoeld als achtergrondinformatie en niet als persoonlijk beleggingsadvies.
“Scheid je horizon van je nieuwsconsumptie.”
— Koersarchief Beleggersgids
Veelgestelde vragen
Hoe kan de AEX stijgen terwijl de Nederlandse economie nauwelijks groeit?
Omdat de AEX vooral bestaat uit grote, internationaal opererende ondernemingen die het merendeel van hun omzet buiten Nederland behalen. De index reageert daardoor sterker op wereldwijde ontwikkelingen — zoals de investeringscyclus in technologie, energieprijzen en de dollarkoers — dan op de Nederlandse binnenlandse vraag. De AEX is dus geen thermometer van de Nederlandse economie, maar eerder een weddenschap op een beperkt aantal mondiale thema's.
Waarom zakken aandelenkoersen soms juist als de rente daalt?
Beurskoersen bewegen op verrassingen, niet op feiten die iedereen al kende. Als beleggers bijvoorbeeld al rekening houden met meerdere renteverlagingen en de centrale bank levert er minder of later, dan valt de werkelijkheid tegen ten opzichte van de verwachting — en dalen koersen ondanks een lagere rente. Daarnaast kan een renteverlaging worden uitgelegd als signaal dat de economie zwakker is dan gedacht, wat de winstverwachtingen drukt.
Betekent een hoge koers-winstverhouding dat ik beter kan wachten met instappen?
Niet per se. Waardering zegt historisch gezien weinig over het rendement van het komende jaar en veel meer over het gemiddelde rendement over een periode van tien jaar of langer. Markten kunnen jarenlang duur blijven of nog duurder worden. Een hoge waardering is daarom eerder een reden om je rendementsverwachting te temperen en gespreid in de tijd in te stappen, dan om aan de zijlijn te blijven staan en op een correctie te wachten die er misschien niet komt.
Reacties (0)
Nog geen reacties — wees de eerste.
Laden…
Koersarchief Beleggersgids